Outrageous Predictions
België legt strategische cacaovoorraad aan in Grote Choco Kluis (GCK)
Ole Hansen
Hoofd Grondstoffenstrategie
Opgelet: Deze inhoud bevat marketingmateriaal. Beleggen in meerdere soorten producten kan helpen om uw portefeuille minder kwetsbaar te maken. Beleggen houdt risico's in.
De Belg is geboren met een baksteen in de maag. Sommige mensen investeren eerst in een eigen woning als vorm van gemoedsrust voor later: een dak boven het hoofd, en voor velen ook een manier van sparen. In het afgelopen decennium was het door de lage rente ook populair om naast die eigen woning extra vastgoed te kopen voor verhuur. Dat kan aantrekkelijk lijken: in een krappe huurmarkt kan een pand maandelijkse huurinkomsten opleveren en zo een terugkerende inkomstenstroom genereren.
Alleen komt dat rendement niet gratis. Zelf vastgoed verhuren is vaak een tijdrovende en soms ook kostelijke bezigheid. U moet het pand onderhouden, belastingen betalen, en u loopt het risico op wanbetaling, leegstand of schade. Bovendien is het moeilijk om echt te spreiden als u geen groot startkapitaal hebt.
Sommige beleggers die in vastgoed wil investeren, maar niet zelf met huurders, notarissen en renovaties bezig willen zijn, vinden in gereglementeerde vastgoedvennootschappen of GVV’s een alternatief. Dat zijn beursgenoteerde vastgoedbedrijven die investeren binnen een specifiek wettelijk kader.
Omdat ze op de beurs noteren, zijn GVV’s veel vlotter verhandelbaar dan rechtstreeks vastgoed. Je koopt of verkoopt geen bakstenen zelf, maar aandelen van een vastgoedvennootschap. Daarmee krijg je wel blootstelling aan een portefeuille van vastgoed, zonder de praktische rompslomp van een klassieke vastgoedinvestering. In ruil hiervoor moet u op lange termijn tijdelijke beursdalingen aanvaarden als gevolg van de beursnotering.
Een ander voordeel is spreiding. Via verschillende GVV’s kunt u beleggen in uiteenlopende segmenten zoals residentieel vastgoed, zorgvastgoed, logistiek vastgoed of winkelpanden in uw favoriete winkelstraat. Dat spreidt het risico wanneer een bepaald deel van de markt onder druk komt te staan. Denk aan de periode na corona, toen de rol van kantoren door het vele thuiswerk meer in vraag werd gesteld.
Veel beleggers kijken ook naar GVV’s omwille van het dividend. Binnen de Belgische GVV-wetgeving moet minstens 80% van het uitkeerbare resultaat worden doorgestort aan aandeelhouders. Dat maakt van GVV’s vaak instrumenten waar inkomsten een belangrijke rol spelen voor beleggers, al blijft het dividend afhankelijk van de winst en is het dus niet gegarandeerd.
Een belangrijk risico voor GVV’s is de rente. Vastgoedvennootschappen werken doorgaans met schuld. Wanneer de rente stijgt en bestaande financiering duurder moet worden hernieuwd, kan dat wegen op de winstgevendheid, waardoor GVV’s op de beurs soms met een korting tegenover hun intrinsieke waarde noteren.
Ook de beurskoers zelf kan schommelen. GVV’s zijn dan wel gelinkt aan vastgoed, het blijven beursgenoteerde aandelen. Wie erin belegt, moet dus rekening houden met bewegelijke koersen en met een voldoende lange beleggingshorizon.
Sommige beleggers noemen GVV’s soms een obligatieproxy (een soort obligatievervanger), maar die vergelijking gaat maar tot op zekere hoogte op. Een obligatie heeft een contractueel vastgelegde coupon, terwijl het dividend van een GVV afhangt van de resultaten en dus kan dalen of overgeslagen worden. Het zijn dus geen perfecte vervangers van obligaties, ook al kunnen ze voor sommige beleggers wel een aanvullende rol spelen naast andere inkomstengenererende instrumenten in een portefeuille.
Wie in GVV’s belegt, kiest dus niet voor risicoloos vastgoed in beursvorm. Wel voor een toegankelijke manier om blootstelling aan vastgoed te krijgen, met vlotte verhandelbaarheid, spreiding en het dividend. U hebt geen last van lastige huurders, maar een renteverhoging of tegenvallende resultaten kunnen er wel voor zorgen dat die baksteen toch wat zwaarder op de maag ligt.