Outrageous Predictions
België legt strategische cacaovoorraad aan in Grote Choco Kluis (GCK)
Ole Hansen
Hoofd Grondstoffenstrategie
Opgelet: Deze inhoud bevat marketingmateriaal. Beleggen in meerdere soorten producten kan helpen om uw portefeuille minder kwetsbaar te maken. Beleggen houdt risico's in.
Wie zijn geld niet gewoon op een spaarrekening wil laten staan, maar ook niet voluit in aandelen wil stappen, komt al snel bij obligaties uit. Veel beleggers gebruiken obligaties om wat meer voorspelbaarheid in hun portefeuille te brengen. Alleen: niet elke obligatie werkt op dezelfde manier. Zerocouponobligaties zijn daar een goed voorbeeld van, en in België krijgen ze extra aandacht door hun fiscale behandeling.
Bij een klassieke obligatie krijgt u meestal elk jaar een coupon. Bij een zerocouponobligatie niet. Uw rendement zit volledig in het verschil tussen uw aankoopprijs en wat u op de vervaldag terugkrijgt.
Koopt u een obligatie aan 96,5 en krijgt u op de vervaldag 100 terug, dan bedraagt uw opbrengst 3,5 procentpunten. Houdt u de obligatie tot het einde aan, dan kent u in principe vooraf het rendement dat u mag verwachten, op voorwaarde dat de uitgever niet in gebreke blijft.
In België betaalt u in principe 30 procent roerende voorheffing de coupon. Bij een zerocouponobligatie kijkt men daarvoor niet naar een coupon, want die is er niet. De fiscus vertrekt in principe van het verschil tussen de uitgifteprijs en de terugbetalingsprijs, ongeacht de prijs waartegen u zelf koopt.
Concreet draait het om de uitgifteprijs: de prijs waartegen de obligatie oorspronkelijk op de markt kwam. Werd de obligatie onder pari uitgegeven — dus onder 100 — en krijgt de belegger op de vervaldag 100 terug? Dan beschouwt de fiscus dat verschil in principe als interest en is er roerende voorheffing verschuldigd. Werd de obligatie uitgegeven aan 100 of meer, dan is er op dat verschil in principe geen roerende voorheffing. Daardoor kan uw fiscaal belast rendement afwijken van uw effectieve rendement als u de obligatie later op de secundaire markt koopt. Dus of er roerende voorheffing speelt, hangt af van de oorspronkelijke uitgifteprijs, niet van het feit dat de coupon 0 procent bedraagt.
Uitgifteprijs | Terugbetaling op vervaldag | Roerende voorheffing? |
97 | 100 | Ja, op het verschil van 3 |
100 | 100 | Nee |
103 | 100 | Nee |
Het voordeel is duidelijk: u weet vooraf wat u op de vervaldag terugkrijgt, op voorwaarde dat de uitgever zijn verplichtingen nakomt. Zeker nulcouponobligaties van landen als Duitsland of obligaties van andere landen met een hoge kredietrating worden doorgaans als veiliger beschouwd dan veel bedrijfsobligaties. Bij bedrijven ligt het risico hoger dat de uitgever in de problemen komt of dat de markt kritischer naar de terugbetaling kijkt. Daar staat wel tegenover dat bedrijfsobligaties soms wat meer rendement bieden. Ze kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om te spreiden tussen staats- en bedrijfsobligaties of over verschillende bedrijven.
Tot slot reageert de koers van een nulcouponobligatie meestal sterker op rentebewegingen dan die van een klassieke obligatie met dezelfde looptijd en kredietkwaliteit. Wie voor de vervaldag verkoopt, kan dus minder terugkrijgen dan gehoopt.
In een markt waar couponinkomsten uit obligaties in België in principe aan 30 procent roerende voorheffing onderworpen zijn, is het niet verwonderlijk dat zerocouponobligaties extra aandacht krijgen. Alleen vertelt de koers op het scherm niet het hele verhaal. Wie de uitgifteprijs negeert, riskeert ook fiscaal naar het verkeerde rendement te kijken.