Outrageous Predictions
België legt strategische cacaovoorraad aan in Grote Choco Kluis (GCK)
Ole Hansen
Hoofd Grondstoffenstrategie
Meta en Microsoft kwamen vorig kwartaal met sterke cijfers. Tegelijk maakten ze beleggers nog eens duidelijk dat de AI-race een steeds zwaarder prijskaartje krijgt.
De vraag is niet langer of deze bedrijven de AI-race kunnen betalen. Hun kernactiviteiten genereren ruim voldoende cash. De echte test is of de zware investeringen van vandaag duurzame omzet kunnen opleveren vóór de stijgende kosten de kasstroom beginnen aan te tasten.
Microsoft verkoopt software en clouddiensten aan bedrijven. Azure verhuurt rekenkracht, terwijl Microsoft 365 werknemers helpt communiceren, analyseren en werken. Azure bleef snel groeien en de AI-activiteiten van Microsoft bereikten een betekenisvolle schaal. Het bedrijf haalt nu al omzet uit klanten die zijn infrastructuur, programmeertools en Copilot-assistenten gebruiken.
Meta kiest een andere weg. Het bezit Facebook, Instagram en WhatsApp en verdient bijna al zijn geld met advertenties. Artificiële intelligentie verbetert contentaanbevelingen, advertentietargeting en campagnetools. Die aanpak is nu al zichtbaar in de resultaten. De recentste kwartaalcijfers van Meta tonen dat het bedrijf meer advertenties liet zien, meer verdiende per advertentie en een sterke operationele marge behield.
Dat verschil kan geleidelijk kleiner worden. Meta onderzoekt of het overtollige AI-rekencapaciteit kan verhuren aan externe klanten, wat een mogelijke nieuwe bron van cloudachtige omzet zou creëren. Voorlopig blijft dat echter een plan in opbouw, geen bewezen activiteit die vergelijkbaar is met Azure.
Het belangrijkste verschil blijft de zichtbaarheid. Microsoft kan wijzen op bestaande cloudcontracten en betalende abonnementen. Meta toont het rendement vooral indirect, via sterkere betrokkenheid en betere advertentieprestaties. Het verhuren van rekenkracht zou een duidelijker bewijsstuk kunnen opleveren, maar beleggers zullen eerst willen zien dat de externe vraag duurzaam is.
De vorige resultatieronde vormt het vertrekpunt voor de cijfers van deze week. Het aandeel Meta daalde fors nadat het bedrijf zijn vooruitzichten voor kapitaaluitgaven had opgetrokken. Kapitaaluitgaven zijn investeringen in langetermijnactiva zoals datacenters, chips en netwerkapparatuur.
Meta verwacht in 2026 tussen 125 miljard en 145 miljard dollar uit te geven. Het kwartaal zelf was sterk. De bezorgdheid zat in de timing. Meta kan uitleggen hoe artificiële intelligentie aanbevelingen en advertenties verbetert, maar kan nog geen precies financieel pad tonen voor nieuwere producten. Beleggers kregen een gelijkaardig verzoek om geduld tijdens de investeringscyclus rond de metaverse.
Microsoft kreeg een evenwichtiger reactie. De groei van Azure bleef sterk en de vooruitzichten waren bemoedigend, maar het resultaat lag grotendeels in lijn met de hoge verwachtingen. Microsoft verwacht ook kapitaaluitgaven van ongeveer 190 miljard dollar voor het kalenderjaar.
Dat is de lastige wiskunde van verwachtingen. Een goed resultaat kan teleurstellen wanneer de koers al uitgaat van een uitstekend resultaat. De markt zei niet dat Microsoft verzwakt was. Ze vroeg zich af of de groei uitzonderlijk genoeg was om een uitzonderlijke factuur te rechtvaardigen.
Het volgende resultatenseizoen zal testen of de vraag naar artificiële intelligentie gelijke tred houdt met de investeringen. Voor Microsoft is de groei van Azure het duidelijkste signaal. Beleggers zullen ook kijken of beperkte datacentercapaciteit de verkoop nog altijd afremt, of dat nieuwe infrastructuur sneller groei begint te ondersteunen.
Meta staat voor een andere test. De belangrijkste drijfveren blijven advertentievolumes, prijzen en gebruikersbetrokkenheid. Beleggers willen bewijs dat betere aanbevelingen mensen langer actief houden en dat verbeterde advertentietools bedrijven helpen om hun budgetten efficiënter in te zetten. Vooruitgang in het verhuren van overtollige rekencapaciteit kan een extra inkomstenstroom opleveren, maar voorlopig blijft dat een prille kans.
Kosten zullen bijna even belangrijk zijn als groei. Beide bedrijven bouwen meer datacenters en kopen grote aantallen geavanceerde chips. Beleggers kijken daarom best naar de vooruitzichten voor kapitaaluitgaven, operationele marges en vrije kasstroom. Dat is de cash die overblijft na het runnen van de activiteiten en het financieren van langetermijninvesteringen.
Het eerste risico is dat de investeringen sneller stijgen dan de vraag. Rode vlaggen zijn een zwakkere vrije kasstroom, tragere cloudgroei of afnemende verbeteringen in advertenties.
Het tweede risico is kosteninflatie. Duurdere chips, elektriciteit en bouwprojecten kunnen het rendement drukken, zelfs wanneer de omzet groeit. Beleggers kijken best of de afschrijvingen, de geleidelijke boekhoudkundige kost van apparatuur, sneller stijgen dan de verkoop.
Het derde risico is strategische versnippering. Microsoft moet de interesse in Copilot omzetten in regelmatig betalend gebruik. Meta moet vermijden dat het te veel verre projecten financiert terwijl advertenties het zware werk blijven doen.
Meta en Microsoft tonen dat artificiële intelligentie echte bedrijven nu al beter maakt, maar de volgende fase wordt moeilijker. Microsoft lijkt de duidelijkere route te hebben van vraag naar rekenkracht naar omzet. Meta biedt het sterkere voorbeeld van artificiële intelligentie die stilaan een bestaande winstmotor verbetert. Geen van beide krijgt onbeperkt geduld.
Datacenters moeten gevuld raken, AI-assistenten moeten gewoontes worden en betere aanbevelingen moeten adverteerders aan het spenderen houden. Voor beleggers is de nuttige vraag niet welk bedrijf het grootste verhaal vertelt. Wel welk bedrijf dure infrastructuur telkens opnieuw kan omzetten in klantwaarde, prijszettingsmacht en cash op langere termijn. De AI-race draait op krachtige machines, maar duurzame waarde hangt nog altijd af van wat die machines opbrengen.